PAJOTTENDAGRIT 26 mei 2024..
De 1ste dagrit stond gepland.. Mijn wekker moest zijn werk niet doen, om 6u45’ werd ik gewekt door de eerste “tsing” van mijn gsm. Via Whatsapp werd om 6u45’ de vraag gesteld door J-Philippe of de rit doorging met die regen, om 6u46’ het onmiddellijke antwoord van de inrichter, een JA met een knipogende smiley. Een tweede ‘tsing” om 7u10’ van Bart “Sorry wij gaan toch niet meerijden” Ondertussen had Markske van de zjee een sms’je gestuurd dat hij WEL zou meerijden…
​
Uiteindelijk stonden we op het afgesproken uur aan de Ratte met (toen nog) 8 blinkende moto’s te wachten op het startschot. Toen iedereen er klaar voor was, allen goed verpakt, voor de komende zondvloed die voorspeld was.
We reden via binnenwegen tot in Geraardsbergen alwaar we halthielden op de grote markt. “Taverne Stadhuis” was onze eerste stop. Het interieur ademde één en al nostalgie uit naar de jaren van de Beatles, Johnny Hallyday en consoorten. Een mooie jukebox sierde de Amerikaans aandoende inrichting. De geurige koffie mooi gedrapeerd met een advocaatje en macaronske smaakte..
En na alles te hebben genuttigd terug op ons stalen ros…op naar Urbanusland.
Het pajottenland is een zeer mooie groene heuvelachtige bosrijke streek. Onze stop was in Dilbeek in de verbouwde oude brouwerij “Eylenbosch” een architecturaal mooi gebouw alwaar een vestiging van de groep Colruyt, de zeer moderne en speciale eetgelegenheid “Cru” uitbaat. De makkelijk bereikbare parking is onder het zeer stijlvolle restaurant gebouwd. Op het menu ongewone gerechten, en de bediening is ook niet alledaags.
​
14u30 is het startuur voor de volgende fase van onze dagtrip. Eerst is er een tankstop ingelast voor de beide Piere’s. Wat resulteert dat we onze Jef met Stef op zijn rug toch een half uurtje kwijt zijn. Wanneer we terug voltallig zijn trekt de ganse meute richting het trammuseum in Schepdaal. Onze machine kunnen we kwijt op de parking van de bruidswinkel “Moderna Fashion”.
​
Daar worden we verwelkomd door een vriendelijke man die onze gids moet zijn. Tijdens de inleiding van zijn rondleiding, worden we onderbroken door nen boer van ne vent die reclameert dat hij van geen gidsbeurt kan genieten. Dienen boer van ne vent kunnen we in onze groep missen als kiespijn en we besluiten om het geleid bezoek om te zetten naar ongeleid bezoek.. Verder op de site in de hangaar van oude tramstellen, waarin ook een koninklijke wagon zijn stalling heeft, worden we bijgebeend door een gids-vrijwilliger die ons her en der uitleg kan verschaffen. Het bezoek wordt afgerond, en we maken ons klaar voor de verdere rit..
Daar we nogal haast moeten zetten om met de bende mee te zijn, zijn we niet ingepakt zoals op de heenreis, en na enkele kilometers in de gietende regen, zijn we reeds zo nat als een verzopen kat.
​
In Tollembeek het dorp waar Urbanus zijn wieg heeft gestaan stallen we onze motoren aan de Sint-Martinuskerk, en wanneer we onze zwemvesten hebben afgekregen nemen we een koffietje aan de toog van “Amen en Uit”. Enkel de gele mannetjes zijn droger dan de rest.
​
Ondertussen is de zon weer van tussen de wolken komen piepen, en de terugrit verloopt zonder dat we onze ruitenwissers moeten aanzetten.
Daar ik mijn madam wil gaan afhalen rij ik via andere wegen huiswaarts, de rest gaat zoals gebruikelijk het terras van “De Ratte” inpalmen en zijn ze klaar om even de voorbije dag de revue te laten passeren..
Ze worden er opgewacht door onze President, die graag komt luisteren naar de hoeveelheid liters water die we tijdens de meer dan 200km lange tocht hebben moeten slikken, en kijken hoe vuil onze machines zijn..
​
We bedanken de soms te snelle Rudy en Sabine voor de mooie tocht, met de speciale interessante en leerrijke stopplaatsen.
Markske van de zjee, om toch nog telkens de supplementaire kilometers erdoor te malen… en de rest deelnemers aan die boeiende dagtocht, zijnde Jozef, Stef, Yves, Didier en Wivine, Kurt en Veerle en Piere D.
​
De verslaggever Piere V..
Die terug zijn literaire vrijheid gebruikte om onverbloemd verslag te geven.